Van Liefde in Amsterdam naar Zorgen voor Ander in Weesp

Een inkijk in het leven van Hendrik Brunt & Annetje Leeuw

Liefde in Amsterdam

Hendrik Brunt, een 24-jarige man uit Weesp, had zich tijdelijk gevestigd in de bruisende stad Amsterdam. Hij woonde in een huis aan de Anjelierstraat. In 1786 was de Anjelierstraat in Amsterdam een straat in de Jordaan, een wijk die bekend stond om zijn arbeidersbevolking en ambachtelijke bedrijven. De straat liep parallel aan de Anjeliersgracht, een kanaal dat later werd gedempt en omgedoopt tot Westerstraat. De Jordaan was destijds een dichtbevolkte en levendige buurt, met veel kleine werkplaatsen, distilleerderijen en bakkerijen. De Anjeliersgracht zelf was een belangrijke locatie voor ambachtelijke bedrijven8.

Waarom Hendrik, als geboren Weespenaar hier woonde is onduidelijk. Maar wat we wel weten is dat hij op 20 april in 1786 in het bijzijn van zijn broer Cornelis in ondertrouw gaat met Annetje de Leeuw, 23 jaar oud uit Weesp en vergezeld door haar vader Boudewijn de Leeuw. Tussen de ondertrouw en het huwelijk zat meestal 3-4 weken. Dit gaf de tijd om eventuele bezwaren tegen het huwelijk kenbaar te maken en om de nodige voorbereidingen te treffen. We kunnen er dus vanuit gaan dat Annetje en Hendrik in mei van 1786 zijn getrouwd.

scan van een huwelijksakte

Transcriptie

Compareerden als vooren Hendrik Brunt, van Weesp. Gerefor: oud 24 jaar in de Anjelierstraat . Ouders doot. Geasst met zijn broeder Cornelis Brunt woont als boven. Annetje de Leeuw, van Weesp Gerefor: oud 34 jaar woont als boven geasst: met haar vader Boudewijn de Leeuw

Een jaar na het huwelijk beviel Annetje van hun eerste zoon Egbertus in 1787. Gevolgd door hun dochter Woutertje in 1789 en zoon Boudeweijn in 1791. Alle kinderen werden in de Nieuwe Kerk in Amsterdam gedoopt. De stad Amsterdam was in deze periode een centrum van handel en cultuur, met de grachten vol schepen en de straten gevuld met markten en ambachtslieden. Hendrik werkte hard om zijn gezin te onderhouden, terwijl Annetje zorgde voor het huishouden en de kinderen.

Verhuizing naar Weesp

Tussen 1792 en 1794, toen Hendrik en Annetje beiden rond de 30 jaar oud waren, besloot het gezin Brunt terug te keren naar Weesp, de geboortestad van Annetje, zo’n 20 kilometer ten zuid oosten van Amsterdam. Hier is Hendrik hoogstwaarschijnlijk zijn werk als veehouder begonnen. In 1794 werd hun vierde kind, een dochter genaamd Egbertje, geboren. Na het sterven van hun zoon Boudeweijn krijgen ze in 1802 nog een zoon die dezelfde naam zal dragen.

de stad weesp. boten varen in een water dorp in de verte
De stad Weesp, Historische Kring Weesp

De stad Weesp, gelegen aan de schilderachtige rivier de Vecht, was in de 18e eeuw een kleine maar belangrijke vestingstad. Het had stadsrechten sinds 1355 en was bekend om zijn strategische ligging en verdedigingswerken. Op een zonnige dag in de jaren 1790, zou je Hendrik en Annetje langs de Vecht over de weg zien lopen van hun huis naar de stad met een bloeiende gemeenschap, omringd door historische gebouwen.

Stadhuis van Weesp

Het indrukwekkende stadhuis uit 1776, gebouwd in neoclassicistische stijl door Jacob Otten Husly, trok zeker hun aandacht. Dit stadhuis diende als bestuurs- en gerechtsgebouw en bevatte kerkers die tot 1916 in gebruik waren. Voor Hendrik en Annetje waren er tal van redenen om dit monumentale gebouw te bezoeken. Je kwam er voor administratieve of bestuurlijke zaken, zoals het aanvragen van vergunningen of het regelen van belastingzaken. Ook kwam je er binnen als je betrokken was bij een rechtszaak, als getuige, verdachte of eiser. De stad Weesp had veel te bieden, maar het stadhuis bleef één van de prominente plekken in hun leven.  Ze konden toen nog niet bedenken hoe het stadhuis later een centrale rol zou spelen in hun levens.

stadhuis van weesp
Stadhuis van Weesp, Stadsarchief Amsterdam. Het stadhuis bestaat momenteel nog en staat in de top 100 van Rijksmonumenten

Onverwachte verantwoordelijkheden

Vanaf 1808, toen Hendrik en Annetje beiden 45 jaar oud waren, namen ze de zorg op zich voor Annetje’s hoogbejaarde oom, Aart de Leeuw. Ze woonden vanaf dat moment bij hem in met het gezin en namen zijn zaken en huishouding waar.

In 1815, toen Hendrik en Annetje 52 jaar oud waren, veranderde hun leven opnieuw drastisch. Hendrik werd door de vrederechter van het Kanton Weesp, die in het stadhuis zetelde, aangewezen als toeziend voogd voor de drie minderjarige kinderen van zijn overleden vriend, Pieter de Kriek. Heiltje, Trijntje en Hendrikje de Kriek kwamen onder hun hoede. Hun halfzusje Catharina werd bij een andere voogd geplaatst. In deze zaak werd Hendrik Brunt ook als mogelijke voogd benoemd, net zoals Gerrit Niesing. Hij is ook een voorouder uit de stamboom van Pieter Niesing. Catharina word geplaatst bij Gerrit Niesing en Hendrik werd met eenparigheid van stemmen benoemd tot toeziend voogd over Heiltje, Trijntje en Hendrikje. Hij legde de eed af om zijn plichten getrouw en naar behoren te vervullen.

De erfenis van Aart de Leeuw

Aart de Leeuw, inmiddels hoogbejaarde veehouder en oom van Annetje, besloot zijn testament op te maken. Hij prees de zorg en vlijt van Hendrik en Annetje, die sinds 1808 bij hem hadden ingewoond en zijn zaken hadden waargenomen. Uit dankbaarheid benoemde hij hen tot zijn enige en algehele erfgenamen.

scan van een akte over nalatenschap

Transcriptie pagina 1

En daarop als nu van nieuwster dispositie overgaande, verklaar ik in aanmerking nemende de getrouwe zorg en vlijt welken mijnen neef en nigt, Hendrik Brunt en Annetje de Leeuw, gedurende den tijd dat zy by my hebben ingewoond en met de waarneming mijner zaken en..

scan van een akte over nalatenschap

Transcriptie pagina 2

en huishouding zijn belast geweest; en overwegende dat ik aan hun ingevolge onze onderlinge overeenkomst, nog voor ieder jaar dat zy by gewoond hebben, zynde zedert den jare achtien honderd agt, de somma van tweehonderd guldens ben verschuldigd, alszo over dezen jare reeds twee duizend guldens, omdat, uit hoofde ik geene andcedenten nog descendenten in leven ben hebbende, aan my ingevolgde de wet de vrije beschikking myner goederen is overgalaten tot...

Op 22 maart 1822, toen Hendrik en Annetje respectievelijk 59 jaar oud waren, verkochten zij een gedeelte van het geërfde stuk land van hun oom Aart de Leeuw. Hier wordt voor het eerst benoemd waar het stuk grond daadwerkelijk lag, “aan de Vecht tussen Weesp en het fort Uitermeer”. Het werd verkocht aan Lambertus Johannes Zwart en Bernardus Johannes Muller, zeeprieders te Amsterdam. Het stuk weiland, groot een “morgen” (ongeveer 8516 vierkante meter), werd verkocht voor een bedrag van 1300 gulden te betalen op 24 april 1822 in Nederlands zilvergeld, tegen een getekende kwitantie van de verkopers. In de verkoopvoorwaarden werden diverse bepalingen opgenomen. Naast de standaard voorwaarden zoals het overdragen van alle kosten van de verkoop en het betalen van belastingen door de koper, waren er ook enkele specifieke eisen.

Zo moesten de nieuwe eigenaren zorgen voor goed waterbeheer door het water in de polder en sloten zuiver te houden. Daarnaast was er een clausule over de levering van zeepziedersas: De kopers of hun opvolgers werden verplicht om jaarlijks, zolang de momenteel door de verkopers bewoonde boerderij en landerijen in hun bezit zijn, zoveel zeepziedersas te leveren als nodig is voor de bemesting van een morgen weiland. Indien de verkopers of hun opvolgers meer zeepziedersas nodig zouden hebben, moesten de kopers extra zeepziedersas leveren tegen een prijs van drie stuivers of vijftien cent per boerenkruiwagen.

de zeepzieders aan het werk
De zeepzieder aan het werk https://isgeschiedenis.nl/

Memorie van successie

Tussen 1817 en 1930 was het verplicht om een memorie van successie op te stellen wanneer iemand overleden was. Dit document bevat een gedetailleerd overzicht van alle bezittingen en schulden van de overledene. Het doel van deze memorie is om te bepalen of er successierechten, oftewel erfbelasting, betaald moeten worden. Deze belasting wordt geheven op basis van de waarde van de nalatenschap. Als de waarde een bepaalde grens overschrijdt, waren de erfgenamen verplicht om belasting te betalen.

Zo moesten Hendrik en Annetje een memorie van successie op laten maken voor hun oom Aart de Leeuw. Op 7 september 1822, lieten Hendrik en Annetje de memorie van successie van Aart de Leeuw opmaken.  Hendrik en Annetje, verklaarden als enige en algehele erfgenamen van Aart de Leeuw. De nalatenschap bestond uit diverse vaste goederen, waaronder de boerderij waar ze woonden met Aart met landerijen aan de oostzijde van de Vecht in de “keverdijsche en pijkerpolder”. Verder worden er nog gemaakt zilverwerk, wagens en boerengereedschappen benoemd. De dieren op de veeboerderij zijn “27 stuks divers, hoornvee, eene paard en zes varkens, als voren waardig 1340,-“. Nadat de andere partijen zoals de paardendokter, bakker, chirurgijn en de rietdekker waren betaald bleef de totale waarde van de nalatenschap van 10.746,55 gulden over.

Het einde van een tijdperk

Op 13 november 1823, om vijf uur ’s ochtends, overleed Hendrik Brunt op 60-jarige leeftijd. Zijn schoonzoon Pieter Ridder en een andere inwoner van Weesp, Klaas van Doorn die ook veehouder was, deden aangifte van zijn overlijden. In het bevolkingsregister van Weesperkarspel zien we dat Annetje, nu weduwe, samen met haar dochter Egbertje en schoonzoon Pieter Ridder op het adres woont. Naast meerdere kinderen van Pieter en Egbertje zien we ook een veehoudersknecht en dienstmeid geregistreerd staan op het adres.

Na het overlijden van Hendrik namen Pieter en Egbertje de leiding over het familiebedrijf over. Met hun toewijding en harde werk wisten zij het bedrijf voort te zetten waardoor de nalatenschap van Hendrik en Annetje voortleefde in de generatie(s) die volgden. Op 16 mei 1834 overleed ook weduwe Annetje de Leeuw op 71-jarige leeftijd.