Douwe Tjisses de Walle werd geboren rond 1783 in Ferwerd, Friesland. In die tijd gebruikten mensen in Friesland vaak een patroniem naast of in plaats van een vaste achternaam. Een patroniem is een naam die is afgeleid van de voornaam van iemands vader. In het geval van Douwe betekent Tjisses dat zijn vader Tjisse heette. Dit systeem zorgde ervoor dat familienamen per generatie veranderden, omdat kinderen steeds een patroniem kregen op basis van de naam van hun vader.
In 1811 stelde Napoleon een wet in die mensen verplichtte om een vaste achternaam te kiezen en te gebruiken. Tot die tijd hadden veel mensen in Friesland geen erfelijke achternaam, maar gebruikten ze patroniemen die per generatie verschilden. Douwe’s vader, Tjisse Thijsses de Walle, koos toen de achternaam de Walle voor hun familie. Deze achternaam kan al informeel in gebruik zijn geweest binnen de familie voordat hij officieel werd vastgelegd in een document voor naamsaanneming. Hoewel vaste achternamen verplicht werden gesteld in 1811 en patroniemen hierdoor overbodig werden, bleven veel families in Friesland hun oude gewoonte nog lange tijd gebruiken. Dit betekent dat ze, naast hun vaste achternaam, nog steeds de voornaam van hun vader als patroniem toevoegden. Deze praktijk bleef doorgaan tot ver in de 19e en soms zelfs de 20e eeuw. Dit laat zien hoe diepgeworteld de tradities in Friesland waren, ondanks de veranderingen in de wet.
Geeske Piers Prins werd geboren rond 1790 in Birdaard, Friesland. Haar patroniem Piers laat zien dat haar vader Pier heette.
Voor ons Maire der Gemeenten te Ferwerd Canton Hallum Arrondissement Leeuwarden Departement Friesland. Gecompareerd zijn de Tjisse Tijssens Wonende te Ferwerd heeft dezelven verklaard dat hij anneemt de naam van den Wallen voor een Familienaam, en dat hij heeft den volgende kinderen te weten Tijs oud 38 jaar: Douwe 29 jaar, Gelsken oud 25 jaar. Allen wonende te Ferwerd. Kleinkinderen te weten Jantje oud 6 jaar, Tjiske oud 5 jaar, Fokeltje oud 3 jaar, Anne oud een jaar, Douwe oud een jaar. Kinderen van Tijs Tjisses Antje oud 1 jaar, dochter van Douwe Tjisses wonend ealdaar.
En heeft deze met ons verteekend 26 December 1811
Op 24 september 1809 trouwde Geeske en Douwe in Birdaard. Douwe en Geeske hadden beide een beroep als gardenier wat men toen schreef als guardanier en guardenierster, wat inhield dat ze verantwoordelijk waren voor het onderhouden van tuinen en landerijen. Geeske komt later ook terug als winkelierster, wat aangeeft dat ze waarschijnlijk een winkel heeft gerund.
In 1811 verwelkomden ze hun eerste dochter, Antje. Een jaar later, in 1812, volgde de geboorte van Geeltje, die helaas op 17-jarige leeftijd overlijdt. In 1816 werd Gelske geboren.
Het jaar 1818 bracht zowel verdriet als vreugde. In april overleed de vader van Geeske, Pier Doekes Prins. Drie maanden later werd hun eerste zoon Pier geboren. Hun gezin groeide verder met de geboorte van dochter Pietje in 1821. In februari 1822 overleed ook de moeder van Geeske, Geeltje Jogchems.
Een maand na het overlijden van haar moeder zien we een notariële akte waarin Geeske, samen met haar broers en zussen als erfgenamen, hun erfenis verkoopt via een openbare veiling. Deze veiling vond plaats volgens het systeem van provisionele en finale toewijzing, een verkoopmethode die in Friesland en het noorden van Nederland veel werd toegepast in de negentiende eeuw. Eerst werden de bezittingen bij opbod verkocht (provisioneel), waarna in een latere zitting een tweede veilingronde volgde bij afslag (finaal). Pas na deze finale toewijzing werd de koper definitief eigenaar. De overdracht werd vastgelegd door de notaris en ondertekend door alle betrokkenen.
In het geval van de provisionele en finale toewijzing van de nalatenschap van de ouders van Geeske worden er vijf percelen verkocht: één woning verdeeld in twee gedeelten, één hooiland en twee stukken greidland. Greidland is grasland of weidegrond die voornamelijk wordt gebruikt voor het hoeden van vee.
Bij de beschrijving van het huis staat bij de percelen het volgende vermeld:
Er staan een aantal opvallende voorwaarden in over deze verkoop zoals:
Dat de koopschat moet worden betaald in klinkend, goed en gangbaar zilvergeld, met uitsluiting van alle voor geld gaande papieren…
Dat de kooper van het eerste perceel de vrijheid heeft om de deuren van het schapenhok op te slaan over de gerechtigheid van het tweede perceel.
Geeske is voor 1/8 deel eigenaar en ontvangt door deze verkoop een bedrag van ƒ 169,12.
Op 43-jarige leeftijd stierf Douwe, op 19 september 1826, in Ferwerd. Geeske was toen zo’n 6 maanden zwanger en beviel in eind december van hun dochter Djouke. Waaraan Douwe is overleden is ons niet bekend, maar wel was er dat jaar een zeer omvangrijke malaria-epidemie. Diverse bijkomende ziekten zorgden voor een zeer grote sterfte in dat jaar2Na zijn overlijden werd er een memorie van successie opgemaakt. Tussen 1817 en 1930 was het verplicht om een memorie van successie op te stellen wanneer iemand overleden was. Dit document bevat een gedetailleerd overzicht van alle bezittingen en schulden van de overledene. Het doel van deze memorie is om te bepalen of er successierechten, oftewel erfbelasting, betaald moeten worden. Deze belasting wordt geheven op basis van de waarde van de nalatenschap. Als de waarde een bepaalde grens overschrijdt, waren de erfgenamen verplicht om belasting te betalen. In de memorie van succesie van Douwe staat:
Memorie van aangifte van nalatenschap van Douwe Tjisses de Walle, laatst gewoond hebbende en overleden te Ferwerd kanton Hallum provincie Vriesland
Ik ondergetekende Geeske Piers Prins, weduwe van de in deze te melden overledenen, van beroep guardeniersche, wonende in den dorpe Ferwerd, kanton Hallum, provincie Vriesland, alwaar door mij in dezen ten mijnen huize n° 98 domiciliüm wordt gekozen, verklare, in hoedanigheid als moeder en voogdesse over mijne minderjarige kinderen, met namen Antje, Geeltje, Gelske, Pier, Pietje, Tjitske en Douwkje Douwes de Walle, Dat de nalatenschap van Douwe Tjisses de Walle, mijnen regten man en vader van opgenoemde minderjarigen, in leven guardenier, gewoond hebbende, en overleden bij den negentienden september des jaars een duizend acht honderd zes en twintig te Ferwerd voornoemd – bij gezegde minderjarigen zijnen kinderen ab intestato in vollen eigendom wordt geërft. Dat tot dezen nalatenschap behoren de volgende onroerende goederen: Een tweede aandeel in een huisinge en erve, staande en gelegen in de gebuurte van den dorpe Ferwerd, gekwoteerd n° 98, Idem, een gelijke aandeel in ene hovinge en (—) voormaal behoort hebbende tot Camminga State, mede gelegen te Ferwerd voornoemd – behorende het andere of ½ de aandeel aan de aangeversche van beide opgenoemde vastigheden,- Dat door dit overlijden geen fidei commis is gedevolveerd, noch vrugtgebruik vervallen, mitsgaders dat er door niemand buiten de opgenoemde erfgenamen iets uit deze nalatenschap wordt genoten. Gedaan te Ferwerd den 8e maart 1827 G.P. Prins
Wat hierbij gelijk opvalt is de hovinge die behoorde tot Cammingha State. De Cammingha state was een historische landgoed in Ferwerd. Het werd oorspronkelijk gebouwd in de middeleeuwen. Het was een adellijk huis met bijbehorende landerijen en diende als woonplaats voor de familie Cammingha. In 1818 is het gebouw afgebroken.
Hoe Douwe en Geeske de grond in hun bezit hebben gekregen, hebben we kunnen lezen in een onderzoek van iemand die de familie de Walle heeft uitgezocht. Zij schrijven:
“Mogelijk vinden we het antwoord in twee koopbrieven uit 1810. In de eerste vinden we beschreven hoe hij een deel van de Cammingha State – gelegen direct ten noordoosten van Ferwerd – koopt. Dit deel is beplant met schone jonge vruchtbomen. De kosten bedragen fl 1260,-. Een vierde gedeelte betaalt hij direct; de rest wordt volgens de tweede koopbrief betaald door Trijntje Bodus Tania. Kennelijk heeft deze Trijntje Bodus hem eerder geld voorgeschoten. Maar voor welke aankoop hij met zijn huis garant moet staan, hebben wij niet kunnen achterhalen.” (Bron https://www.walmar.nl)
Na het overlijden van Douwe werd er niet alleen een memorie van successie opgemaakt, maar ook een gedetailleerde inventaris van zijn bezittingen. Deze inventarisatie geeft een waardevol inzicht in het dagelijks leven en de eigendommen van de overledene en zijn familie.
De inventaris bevat een volledige opsomming van alle roerende en onroerende goederen. Onder roerende goederen worden alle bezittingen verstaan die verplaatst kunnen worden. Ze zijn niet verbonden aan een specifieke locatie zoals meubels, kleding en vee. Onroerende goederen zijn bezittingen die aan een specifieke locatie zijn gebonden en niet eenvoudig kunnen worden verplaatst. Ze omvatten vaak eigendommen die blijvend aan de grond verbonden zijn zoals huizen en landerijen. De inventaris heeft niet alleen een financiële en juridische waarde, maar biedt ook een historisch perspectief. Enkele voorbeelden uit de inventaris van Douwe:
In de achterkamer:
In het hof:
In het kabinet:
Op 31 maart 1831 trouwt de 42-jarige Geeske met de 43-jarige guardenier Klaas Ottes Brouwer. Geeske krijgt nog twee kinderen met hem. In juli 1831 bevalt ze van hun zoon Klaas. In 1834 van hun dochter Geeltje.
In 1856 verkoopt Geeske, toen 67 jaar, 21/24 gedeelte in een huis met erf en aanbehoren, en een hof op Kamminga State aan haar zoon Pier. Ze blijft wel in het huis wonen.
Klaas overlijdt in 1853 waarna Geeske wederom als weduwe achterblijft. Ze overlijdt 13 jaar later op 76-jarige leeftijd op 10 januari 1866 te Ferwerd.
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken we technologieën zoals cookies om apparaatgegevens op te slaan en/of te raadplegen. Door toestemming te geven voor deze technologieën kunnen we gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Het niet geven van toestemming of het intrekken van toestemming kan een negatieve invloed hebben op bepaalde functies.