Dit verhaal speelt zich af in het Zieuwent, een klein en hecht dorp in de Achterhoek, gelegen in de provincie Gelderland. Destijds maakte Zieuwent deel uit van de gemeente Lichtenvoorde. Het dorp had een uitgesproken agrarisch karakter en bestond voornamelijk uit verspreid liggende boerderijen en erven, omringd door uitgestrekte akkers, weilanden en bossen.
De gemeenschap was klein en hecht, gevormd door boerenfamilies en enkele ambachtslieden. De meeste inwoners waren geboren en getogen in de regio en bleven hun hele leven in Zieuwent of de directe omgeving. Gezinnen waren doorgaans groot, met vaak acht of meer kinderen.
Jan Berend Berendsen en Hendrika Rondeel vestigden zich in 1839 op boerderij “Bintewegsniede”1. De naam van de boerderij verwijst naar twee elementen: de toenmalige straatnaam “Binteweg” en het beroep van Jan Berend, “snieder”, een term uit het Nedersaksische dialect die kleermaker betekent. “Bintewegsniede” betekent dus “de kleermaker van de Binteweg”.
Destijds stond de boerderij geregistreerd onder het adres E98. In vroegere tijden werden huisnummers vaak anders gestructureerd dan tegenwoordig. In plaats van een vaste straatnaam met een opeenvolgend nummer, werden adressen soms aangeduid met combinaties van letters en cijfers, die verwezen naar kadastrale indelingen of administratieve nummering binnen een gemeente. Dit systeem kon per regio verschillen en veranderde regelmatig na herindelingen of moderniseringen van het adressysteem. E98 is tegenwoordig bekend als Zanddijk 19.
De boerderij had een bescheiden omvang van 2 hectare. Volgens een landbouwtelling waren er 1 koe, 1 kalf en 12 kippen aanwezig. Er waren geen paarden, ossen, stieren of varkens. De boerderij is na Jan Berend Berendsen en Hendrika Rondeel nog twee generaties binnen de familie gebleven.
Jan Berend en Hendrika kregen in totaal zeven kinderen, waarvan Hendrikus het derde kind was. Hendrikus werd op 24 maart 1844 geboren op de boerderij.
Hendrikus werd vermeld in het inschrijvingsregister van de gemeente Lichtenvoorde uit 1863, dat betrekking had op de lichting van 1864. Bij de loting voor de dienstplicht, die destijds verplicht was voor mannelijke inwoners met een bepaalde leeftijd, kreeg Hendrikus nummer acht toegewezen. De dienstplicht was een belangrijk onderdeel van het militaire beleid in Nederland en verplichtte jonge mannen om, als ze werden ingeloot, enkele jaren in het leger te dienen.
Hendrikus werd echter vrijgesteld van deze verplichting op grond van “broederdienst”. Deze regeling bepaalde dat iemand werd vrijgesteld van militaire dienst als een broer al in het leger diende of had gediend. Dit was bedoeld om te voorkomen dat meerdere zonen uit hetzelfde gezin tegelijkertijd werden opgeroepen, wat ernstige economische en sociale gevolgen voor het gezin kon hebben.
Hendrikus, in zijn geboortedorp Zieuwent bekend als Drieks, schreef een bijzonder hoofdstuk in zowel zijn eigen leven als in de geschiedenis door dienst te nemen in het Zouavenleger. Dit leger, bestaande uit katholieke vrijwilligers uit verschillende landen, verdedigde in de 19e eeuw de pauselijke staat tegen de opmars van het Koninkrijk Italië tijdens de Italiaanse eenwording. Voor Hendrikus, destijds 24 jaar oud, was deze beslissing niet zomaar een keuze. Het was een daad van geloof, moed en misschien ook hoop op een betere toekomst.
Op 27 december 1867 nam Hendrikus afscheid van zijn vertrouwde Achterhoekse omgeving om naar Rome te vertrekken. Dit vertrek was verre van impulsief en vereiste een zorgvuldige voorbereiding. Hij moest een verklaring van goed gedrag van zijn pastoor overleggen, evenals zijn geboortebewijs, een gezondheidsverklaring en het bewijs dat hij zijn Nederlandse dienstplicht had vervuld.
Zijn reis begon in Oudenbosch, waar hij zich bij het verzamelpunt meldde. Van daaruit reisde hij naar Brussel voor een medische keuring, vervolgens per trein via Parijs naar Marseille, en ten slotte per schip naar de haven van Civitavecchia, nabij Rome.
Op 6 januari 1868 ondertekende hij zijn aanmeldingsformulier en werd hij officieel een Zouaaf. Hoewel hij niet deelnam aan grote veldslagen zoals de Slag bij Mentana, markeerde zijn aanwezigheid een persoonlijke toewijding aan de verdediging van de pauselijke staat.
De motivatie van Hendrikus om Zouaaf te worden, lag geworteld in zijn diepe katholieke geloof. Voor hem was het een manier om de paus en de Kerk te beschermen in een tijd waarin deze bedreigd werden door liberale en nationalistische krachten. Daarnaast bood het zouavenleven een mogelijkheid om deel uit te maken van iets groters dan het eenvoudige boerenbestaan waarin hij was opgegroeid. De hoop op eer, aanzien en misschien een betere maatschappelijke positie speelde mogelijk ook mee.
Na twee jaar keerde Hendrikus op 25 januari 1870 terug naar Lichtenvoorde, waar hij opnieuw werd ingeschreven in de gemeente. De realiteit van zijn terugkeer bleek echter minder glorieus. Zoals veel Zouaven verloor Hendrikus zijn Nederlandse staatsburgerschap door zijn dienst in een buitenlands leger. Dit betekende dat hij geen recht meer had op overheidsbanen, uitkeringen of kiesrecht. Hoewel het staatsburgerschap hersteld kon worden door een verzoek aan Koning Willem III en een betaling van fl. 69,00, bleek dit bedrag voor velen, waaronder Hendrikus, onbetaalbaar.
Binnen de katholieke gemeenschap werden Zouaven echter als helden geëerd. Hun keuze om de pauselijke staat te verdedigen werd gezien als een daad van geloofsovertuiging en toewijding aan de kerk. In sterk katholieke regio’s zoals de Achterhoek en Brabant werden terugkerende Zouaven met trots onthaald. Ze werden geëerd in kerkelijke plechtigheden en processies, en hun verhalen over het beschermen van de paus maakten diepe indruk.
Een blijvend eerbetoon aan Hendrikus is terug te vinden in Zieuwent. Een deel van de huidige Zanddijk stond tot de ruilverkaveling bekend als de Zoeavenweg. Hoewel deze naam grotendeels verdween, draagt een aftakking van de Zanddijk nog steeds de naam Zoeaafweg. Dit is de weg waar ooit de boerderij “Bintewegsniede” van zijn ouders stond. Deze naam herinnert niet alleen aan de persoonlijke geschiedenis van Hendrikus, maar ook aan de trots van de lokale gemeenschap op hun zoeaaf.
Op 18 januari 1872 trad de 28-jarige Hendrikus in het huwelijk met zijn even oude bruid, Johanna Hendrika Eyting, in Lichtenvoorde. Johanna, geboren in Winterswijk en werkzaam als dienstmeid, trouwde met Hendrikus, die in de huwelijksakte werd vermeld als landbouwer. Na hun huwelijk gingen zij wonen bij de ouders van Hendrikus op de familieboerderij, waar hun eerste twee kinderen werden geboren: Jan op 6 april 1873 en Hendrika op 4 februari 1875.
Op 4 november 1874 verhuisde het gezin naar het adres G64 in Halle, in de gemeente Zelhem. Dit betreft de huidige Kuiperstraat, in de buurt van nummer 12. Tijdens hun verblijf daar werden vier kinderen geboren: Johanna op 17 december 1876, Bernardus op 15 februari 1879 (die helaas op 3-jarige leeftijd overleed), Engelina op 30 april 1881, en Bernardus op 29 mei 1883. Gedurende deze periode werd Hendrikus in officiële documenten vermeld met het beroep arbeider.
Op 8 november 1884 volgde een nieuwe verhuizing, ditmaal naar adres E97a in Zieuwent, gemeente Lichtenvoorde. Hendrikus bouwde hier een nieuwe boerderij, die hij de naam “Zouaaf” gaf, als blijvende uiting van trots op 17 jaar eerder in zijn tijd in het Zouavenleger1. De boerderij lag dichtbij het ouderlijk huis van Hendrikus en is vandaag de dag bekend als Veldweg 6. De boerderij had een bescheiden oppervlakte van 0,1 hectare, en volgens de landbouwtelling hield het gezin er één koe, één varken en tien kippen. Op deze locatie breidde het gezin zich verder uit met de geboorte van vier kinderen: Hermina op 9 april 1885, Hendrikus op 13 juni 1887, Hanna op 2 juli 1888, en Antoni op 2 november 1891.
Hendrikus, in Zieuwent bekend als Drieks, bracht de rest van zijn leven door op de boerderij. Hij bereikte de leeftijd van bijna 71 jaar. Op 2 maart 1915 overleed hij in Zieuwent, waarmee een bijzonder leven, gekenmerkt door toewijding aan zijn gezin, de gemeenschap en zijn geloof, tot een einde kwam.
De vrouw van Hendrikus blijft na zijn overlijden trots op haar Zouaaf. In het tijdschrift van de Oudheidkundige Vereniging Zieuwent vertelt Bernard Schutten, een dorpsbewoner uit Zieuwent (1917-1993), in het Nedersaksische dialect hoe hij als kind tijdens een hevige onweersbui onderdak vond bij de weduwe van Zouaaf Berendsen.
‘t Begon al harder en harder te reagen , luchten en donnan en ton maken da’ w bi-j de Zouaaf kwammen um te schulen. Wi-j kwammen doar in de kökken en de olde mooder, de vrouwe van de Zouaaf, zat veur ‘t kökkenraam an de toafel met een karkbook en ne rozenkrans veur zig. Ik zat veur de glazenkaste en ton ik zo us ne kere opzied kek, zag ik an de mure ne foto hangen met een paar mansleu der op in uniform. De vrouwe ok wal Jannoa van de Snieder eneumt zag dat en zea: “Joa jonge i-j kiekt doar naar dat portret, moar doar steet mien man bi-j op en den is vrögger in Rome bi-j de soldoaten ewes en hef doar in de kazerne leagen. En den armen man den bi-j op dat portret steet, dat is ene Polman oet Reurle. Mien man hef vake veteld, dat ‘t vrögger in Rome heel gevaerlijk was ewes en datter vulle sleg volk oaver de stroate hadde lopen.
Vertaling: Het begon steeds harder te regenen, bliksemen en donderen, waardoor we bij de Zouaaf aankwamen om te schuilen. We kwamen daar in de keuken, waar de oude moeder, de vrouw van de Zouaaf, voor het keukenraam aan de tafel zat met een kerkboek en een rozenkrans voor zich. Ik zat tegenover de glazen kast en toen ik een keer opkeek, zag ik aan de muur een foto hangen met een paar mannen erop in uniform. De vrouw, die ook wel Jannoa van de Snijder werd genoemd, zag dat en zei: “Ja jongen, je kijkt naar dat portret, maar daar staat mijn man op. Hij is vroeger in Rome bij de soldaten geweest en heeft daar in de kazerne gelegen. En die arme man die ook op dat portret staat, dat is een Polman uit Reurle. Mijn man heeft vaak verteld dat het vroeger in Rome heel gevaarlijk was en dat er veel slecht volk op straat rondliep.”
We kunnen het niet met zekerheid stellen, maar bij het lezen van dit verhaal doet het gedeelte over het portret onvermijdelijk denken aan de eerdergenoemde foto van Hendrikus en Pollman.
In 1925 zijn alle kinderen van de familie Berendsen het huis uit, en blijft moeder Johanna Hendrika Eijting alleen achter. Ze wordt echter bijgestaan door haar oudste kleinkind, Johanna Maria Kock, die bij haar in huis woont als dienstmeid. Na het overlijden van haar man Hendrikus wordt Johanna Hendrika in de officiële registers vermeld als landbouwster. Zij overleed 16 jaar later, op 87-jarige leeftijd, in boerderij “Zouaaf.” Het huis stond vervolgens twee jaar leeg en diende in die tijd als veilinglocatie voor verkopen vanuit een notaris, voordat een nieuwe familie er haar intrek nam.
Bij dit verhaal is gebruik gemaakt van de informatie in de publicaties van de Oudheidkundige Vereniging Zuwent: bewoningsgeschiedenis Zieuwent & de Lichte voorde No. 70
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken we technologieën zoals cookies om apparaatgegevens op te slaan en/of te raadplegen. Door toestemming te geven voor deze technologieën kunnen we gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Het niet geven van toestemming of het intrekken van toestemming kan een negatieve invloed hebben op bepaalde functies.