Leven in de Betuwe: Veerkracht door Generaties heen

Een inkijk in het leven van Willemina van Ingen

Wortels in de betuwe

Willemina van Ingen werd geboren op 24 augustus 1777 in Ingen, een klein dorp in de Betuwe, het Gelderse rivierengebied tussen de Waal en de Nederrijn. Haar familie had diepe wortels in deze streek, wat op verschillende manieren zichtbaar is. Uit archieven blijkt dat zowel haar ouders als grootouders hun leven doorbrachten in en rondom de dorpen Ingen en Eck en Wiel. Deze verbondenheid met Ingen wordt ook weerspiegeld in hun achternaam. “Van Ingen” is een zogenoemd toponiem, een naam die verwijst naar een geografische locatie. Toponiemen, herkenbaar aan het gebruik van het voorzetsel “van,” waren in deze regio veelvoorkomend, vooral bij families die al generaties lang op dezelfde plek woonden.

Het landschap van de betuwe

Het landschap van de Betuwe wordt gedomineerd door de brede en grillige rivieren. Het wordt dan ook gekenmerkt door een opbouw in uiterwaarden, dijken, oeverwallen n komen. De rivieren zijn ingesnoerd in een bedding, die wordt omgeven door zomerkaden. Tussen de zomerkaden en de winterdijken liggen de uiterwaarden, waar de rivier bij hoge waterstanden in overloopt.

Winterdijken, aangelegd vanaf de 13de eeuw, beschermen het achterliggende land. Ze zijn voortdurend opgehoogd en versterkt, maar even zo vaak doorgebroken. De ontwikkeling van het landschap is er een geweest van een voortdurende strijd tegen en het afvoeren van water. De rivieren stelden de bewoners bloot aan constant gevaar van dijkdoorbraken en overstromingen. Tal van landschapselementen als dijken, wielen, gemalen, sluizen en weteringen maken dit verleden zichtbaar. 

Daarentegen zorgden de jaarlijkse overstromingen wel voor vruchtbare uiterwaarden, ideaal voor landbouw en fruitteelt. In de winter en het voorjaar stonden de uiterwaarden vaak onder water, waardoor het land zich verrijkte met een laag vruchtbaar slib. Hoewel de grote fruitteelt pas later ontstond, maakte de Betuwe al naam als een regio waar het rijke landschap de landbouw in stand hield5.

Opbouw van een gezin

Willemina van Ingen ontmoette Jacob van Eck, een man die elf jaar ouder was dan zij en zijn wortels had in het nabijgelegen dorp Maurik. Jacob, geboren op 23 maart 1766, werd vernoemd naar zijn vader, eveneens Jacob van Eck. Er is niks bekend over zijn beroep. 

Op 4 april 1800 gaven Jacob en Willemina elkaar het ja-woord in zijn geboortedorp, waarna ze samen een nieuw hoofdstuk begonnen. Hun gezin groeide al snel: in 1801 werd hun eerste zoon, Jacob, geboren, genoemd naar zowel zijn vader als grootvader. Cornelis volgde in 1802, Hendrik in 1805, en in 1808 werd het gezin verder uitgebreid met de komst van Evert Jan.  

De ramp van 1809

De inwoners van het Rivierengebied, waaronder Willemina en haar familie, waren goed bekend met de grillen van het water. Hoogwater was een terugkerend probleem, en tussen 1700 en 1800 werden zij geconfronteerd met maar liefst 12 grote overstromingen. In 1809 werd de Betuwe opnieuw zwaar getroffen, ditmaal door een catastrofale watersnoodramp veroorzaakt door rivieroverstromingen. In het boek Nederland van Aa tot Waal  wordt deze gebeurtenis als volgt beschreven: 

“Het vriest dat het kraakt in de barre winter van 1808. Sloten en vaarten vriezen dicht en zelfs de grote rivieren raken bedekt met een flinke laag ijs. Tijdens de kerstdagen kunnen mensen lopend of schaatsend de Merwede oversteken voor een bezoek aan familie en vrienden. Oudjaarsnacht is buitengewoon koud en steeds meer grote rivieren vriezen dicht. Het nieuwe jaar 1809 begint met dooi, veel dooi. De inwoners van het Rivierengebied kijken met verwondering en zorg naar de enorme ijsschotsen die in de rivieren drijven. Het stromende water schuift de ijsschotsen over elkaar en het duurt niet lang voor er in de Waal een ijsberg ligt. IJsdammen veroorzaken verstoppingen in de rivieren en kanalen. Het water kan geen kant op en mensen beginnen zich zorgen te maken. Waar moet al dat water heen? Het rivierwater beukt tegen de dijken, steeds harder en krachtiger. In de meeste rivieren drijven nu ijsbergen en het water blijft stijgen, op sommige plaatsen zelfs met 5 centimeter per uur. Het is de inwoners van het Rivierengebied inmiddels duidelijk: dit kan niet goed gaan.  

Het water blijft stijgen en het kruiende ijs drukt stroomopwaarts de dijken stuk. De ene na de andere dijk breekt door. De polders staan onder water en met groot geweld stroomt het water het land op. De eerste grote dijk die het begeeft, is de dijk bij Loo in Oud Zevenaar. En als ook de Waaldijk bij Loenen breekt, staat in korte tijd de hele Betuwe onder water. 

Op steeds meer plaatsen in het Rivierengebied begeven de dijken het en ijsschotsen en enorme watermassa’s vernielen alles wat op hun pad komt. Er zijn veel slachtoffers te betreuren en de schade is ongekend. Het hele land is in rep en roer.”  

Kaart uit 1809, met in het blauw aangegeven de overstroomde gebieden
Kaart uit 1809, met in het blauw aangegeven de overstroomde gebieden Collectie Het Utrechts Archief

In het dorp Maurik alleen al kwamen twaalf mensen om het leven, onder wie veel kinderen. Voor Willemina en Jacob van Eck veranderde de ramp van 1809 in een onvoorstelbaar persoonlijk drama. Drie van hun vier kinderen verdronken in de chaos: Jacob, pas 8 jaar oud, Cornelis van 6 jaar, en de jongste, Hendrik, slechts 3,5 jaar. De overstroming liet niet alleen een verwoest landschap achter, maar ook een blijvend verdriet in de harten van Willemina en Jacob, die hun gezin zo abrupt en tragisch zagen uiteenvallen. 

scan van overlijdensregister

Transcriptie

31 januari is te Maurik in de vloed verdronken Jacob van Eck, oud circa 8 jaren, geboren te Maurik, zoon van Jacob van Eck en van Willemina van Ingen

31 januari is te Maurik in de vloed verdronken Cornelis van Eck, oud circa 6 jaren, geboren te Maurik, zoon van Jacob van Eck en van Willemina van Ingen

31 januari is te Maurik in de vloed verdronken Hendrik van Eck, oud 3,5 jaren, geboren te Maurik, zoon van Jacob van Eck en van Willemina van Ingen

Blijdschap en verdriet naast elkaar

In 1811 verwelkomen Willemina en Jacob een nieuw kindje, dat zij opnieuw Jacob noemen. Twee jaar later, in 1813, wordt Beatrix geboren. Beatrix werd gevolgd door Elizabeth in 1815. Hun geluk wordt echter wreed onderbroken wanneer vader Jacob in 1817 overlijdt op 51-jarige leeftijd. Het is helaas niet te achterhalen waaraan hij is overleden. Ten tijde van het overlijden van Jacob was Willemina zwanger en in 1818 brengt Willemina hun laatste kind, Johanna, ter wereld. Jacob heeft het kindje nooit kunnen vasthouden.  

Een nieuw begin

Na het verlies van Jacob hertrouwt Willemina op 41-jarige leeftijd in 1819 met de 15 jaar jongere Johannes van Verseveld, een arbeider uit Ingen, die haar jongste dochter Johanna erkent. Door een kind te erkennen, kreeg het de achternaam van de man die het erkende. Dit gaf het kind een wettelijke status binnen het gezin en kon ook sociale en economische voordelen bieden. Door Johanna te erkennen, zorgde Johannes ervoor dat zij officieel als zijn dochter werd beschouwd, wat haar positie binnen het gezin en de gemeenschap versterkte. In dit geval betekent dit dat Johanna niet de achternaam Van Eck behield, maar Van Verseveld aannam. Het gezin vestigt zich in Maurik, waar Willemina samen met Johannes en haar kinderen een nieuw leven opbouwt. 

In 1821 en 1824 wordt hun gezin uitgebreid met twee kinderen, Hendrik Cornelis en Geertruida. Uit de archieven blijkt later dat Willemina en Johannes ook enkele kleinkinderen uit Willemina’s eerste huwelijk in hun huis opnamen, waaronder een kleinzoon die opnieuw de naam Jacob van Eck droeg. Het samenwonen van meerdere generaties in één huis was niet ongebruikelijk. 

Vanaf 1834 wordt Willemina in de archieven vermeld met het beroep van werkster. Willemina, een vrouw die veel heeft meegemaakt en overwonnen, overlijdt in 1842 op 66-jarige leeftijd in Maurik. De drie generaties na Willemina, waaronder haar dochter Beatrix, bleven diepgeworteld in de Betuwe, met name in het dorp Maurik, waarmee de band van de familie met deze regio voortleefde.