Willem Alberts Boeyinga is de zoon van Alberts Boeyinga en Marijtje Willems Bloesma. Hij wordt geboren vóór de invoering van de Burgerlijke Stand in 1811. Vanaf dat jaar worden geboortes, huwelijken en overlijdens officieel geregistreerd. Voor 1811 zijn we echter afhankelijk van kerkelijke registers. Daarom is er van Willem geen geboorteakte aanwezig, maar wel een doopakte.
Willem werd op 12 december 1802 gedoopt in een protestantse kerk. In de protestantse kringen vond de doop meestal enkele weken na de geboorte plaats, waardoor de doopdatum niet per se gelijk is aan de geboortedatum. Soms werd de geboortedatum opgenomen in de doopregistratie, maar in Willems geval is dit niet zo en blijft zijn daadwerkelijke geboortedatum onbekend.
Willem werd gedoopt in de Hooglandse Kerk in Leiden, Zuid-Holland. In die tijd vonden doopplechtigheden doorgaans plaats in de woonplaats van het kind, wat suggereert dat het gezin destijds in Leiden verbleef. Dit is bijzonder, aangezien Willem de enige bekende voorouder in de stamboom is die buiten Friesland werd gedoopt – en vermoedelijk ook geboren.
Volgens de archieven was zijn moeder afkomstig uit Sneek, terwijl over de geboorteplaats van zijn vader niets met zekerheid bekend is, hoewel hij wel banden met Sneek had. Waarom Willem juist in Leiden ter wereld kwam en werd gedoopt, blijft onduidelijk. Mogelijk was zijn vader daar geboren, of hangt het samen met de omstandigheden rond diens overlijden, zoals in de volgende alinea wordt beschreven.
Vroeg overlijden van zijn vader
Over de vader van Willem is weinig bekend; behalve informatie over zijn overlijden hebben we geen verdere gegevens kunnen vinden. De beschikbare informatie is echter opvallend. In de huwelijkse bijlagen van Willem zijn vier getuigen uit Sneek opgenomen, die allen verklaren Willem zeer wel te kennen. Daarnaast bevestigen zij dat zij Willems vader, Albertus, destijds militair in Hellevoet, eveneens hebben gekend. Ze verklaren bovendien zeker te weten dat hij op 8 januari 1803, terwijl hij in dienst van het land was, is overleden. Willem was toen 1 jaar oud.
Er zijn meerdere pogingen ondernomen om meer inzicht te krijgen in de militaire loopbaan van Albertus, maar zonder succes. Wel hebben we aanvullende informatie gevonden over Hellevoet, de plaats die tegenwoordig bekendstaat als Hellevoetsluis.
Hellevoetsluis speelde een cruciale rol in de Nederlandse militaire geschiedenis, vooral vanaf de 17e eeuw tot de vroege 19e eeuw, en was in die tijd een belangrijke vestingstad en marinehaven. De stad was strategisch gelegen aan de monding van de Haringvliet, dicht bij de Schelde, en bood een uitstekende toegang tot de zee. Dit maakte het tot een essentiële plek een sleutelpositie voor de verdediging van Nederland tegen buitenlandse dreigingen.
In de tijd dat Albertus is overleden, was Nederland een Bataafse Republiek (1795-1806). In deze tijd van Franse overheersing was Hellevoetsluis wederom van groot belang als marinebasis. Toen Nederland onder Franse invloed kwam, werd de haven verder versterkt en fungeerde het als de belangrijkste marinehaven van de Bataafse Republiek, waar ook troepen en schepen werden gerepareerd en uitrustingen werden opgeslagen. De stad werd een knooppunt van militaire activiteit, met een grote aanwezigheid van soldaten en marinemensen.
In 1821 wordt Willem ingeschreven voor de Nationale Militie, maar hij krijgt van de Militie-Raad een vrijstelling van één jaar omdat hij de enige wettige zoon is. Dit was een veelvoorkomende uitzondering om te voorkomen dat gezinnen zonder mannelijke kostwinner kwamen te zitten. In de meeste gevallen werd de vrijstelling jaarlijks verleend, waarna men zich opnieuw moest melden. Dit proces kon zich vijf tot zeven jaar herhalen, gelijk aan de duur van de diensttijd. Willem ontving elk jaar opnieuw een vrijstelling totdat zijn diensttijd verstreken was. Hierdoor heeft hij uiteindelijk nooit daadwerkelijk in militaire dienst gezeten.
Het document van de nationale militie bevat ook andere interessante informatie. Het vermeldt dat zijn moeder als spinster werkte, dat
Willem weversknecht was, en dat hij ten tijde van zijn oproeping in Sneek woonde. Daarnaast is er een signalement van Willem opgenomen, waardoor we een idee krijgen van zijn uiterlijke kenmerken:
Lengte EL 770 St.
Aangezigt lang
Voorhoofd smal
Oogen ligt blaauw
Neus groot
Mond klein
Kin breed
Haar blond
Wenkbrauwen idem
Merkbare tekenen kale vlekken op het hoofd
Opvallend is dat Willem vier keer is getrouwd in zijn leven, waarbij een hoge moeder- en kindersterfte een grote rol spelen:
Op 18 mei 1823, op 20-jarige leeftijd, trouwt Willem in Sneek met Grietje Jans Leensma. Een maand eerder, in april 1823, wordt hun dochter Marijke geboren, wat betekent dat zij vóór het huwelijk werd verwekt en geboren. In 1825 krijgen ze een zoon, Jan, en op 31 oktober 1827 wordt hun dochter Albertje geboren. Slechts zes dagen later, op 6 november 1827, overlijdt Grietje op 36-jarige leeftijd. Albertje wordt niet ouder dan 9 jaar.
Op 8 juni 1828, op 25-jarige leeftijd, trouwt Willem in Sneek met Tjerks de Vries te Sneek. In november van dezelfde jaar wordt hun dochter Jetske geboren, wat betekent dat zij opnieuw vóór het huwelijk werd verwekt. In 1830 volgt de geboorte van hun zoon Albert, en in mei 1832 krijgen ze een tweede zoon, Tjerk. Anke overlijdt in 1832, slechts twee maanden na de geboorte van haar jongste zoon.
Op 23 november 1834, op 31-jarige leeftijd, trouwt Willem in Sneek met Dieuwke Feenstra. In juni 1834, enkele maanden vóór het huwelijk, wordt hun zoon Pieter geboren. Helaas overlijdt hij op slechts 1-jarige leeftijd. In 1836 krijgen ze een dochter, Pietje, en in 1837 wordt hun tweede dochter, Aaltje, geboren. Slechts vier dagen later overlijdt Dieuwke, haar pasgeboren dochter nauwelijks meegemaakt hebbend.
Op 26 september 1841, op 38-jarige leeftijd, trouwt Willem in Sneek met Jacomina Hofstra. In 1842 wordt hun dochter Jetske geboren, gevolgd door dochter Baukje in 1843. In 1845 krijgen ze een zoon, Thomas, die na vijf maanden overlijdt. In 1846 wordt dochter Grietje geboren, maar zij sterft met 16 maanden. In 1847 krijgen ze opnieuw een zoon, Thomas, die na twee maanden overlijdt. In 1848 volgt wederom een zoon met dezelfde naam, maar ook hij leeft slechts zes maanden. In 1849 wordt er opnieuw een Thomas geboren, die na 12 weken overlijdt. In 1850 wordt een levenloos kind geboren, maar later dat jaar volgt dochter Jantje. In 1851 komt dochter Albertje ter wereld, die na drie maanden overlijdt. In 1854 wordt zoon Johannes geboren en in 1858 dochter Maria.
Willem krijgt in totaal 21 kinderen. Tien daarvan overlijden er voor hun volwassene leeftijd.
Opvallend is dat twee vrouwen slechts enkele dagen na de bevalling overlijden. We kunnen aannemen dat zij door complicaties van de bevalling zijn overleden. Een veelvoorkomende doodsoorzaak bij vrouwen kort na de bevalling was kraamvrouwenkoorts. Dit werd veroorzaakt door een bacteriële infectie, vaak door slechte hygiëne bij de bevalling. Artsen en vroedvrouwen wasten hun handen niet systematisch en brachten bacteriën over. Ook ernstige bloedingen waren een grote doodsoorzaak. Medische ingrepen waren beperkt en bloedtransfusies bestonden nog niet. Bevallingen werden vaak thuis gedaan zonder professionele hulp. Bij complicaties was er weinig dat men kon doen. Een derde grote oorzaak was uitputting en ondervoeding. Vrouwen kregen vaak veel kinderen in korte tijd. Een verzwakt lichaam had minder weerstand tegen infecties en complicaties. Slechte voeding en zware arbeid tijdens de zwangerschap verhoogden de risico’s.
Zoals hiervoor benoemd is Willem vier keer getrouwd. Vier keer is er een certificaat van onvermogen toegevoegd aan zijn huwelijkse bijlagen. Het certificaat van onvermogen is een officieel document dat werd toegevoegd wanneer een bruid of bruidegom niet over voldoende financiële middelen beschikte om de kosten van een huwelijk te dragen. Dit certificaat werd afgegeven door de plaatselijke overheid en bevestigde dat de betrokken persoon niet in staat was om bijvoorbeeld de leges (leges zijn administratieve kosten) voor de huwelijksvoltrekking te betalen. Het certificaat van onvermogen stelde mensen in staat om te trouwen zonder hoge kosten. Omdat Willem vier keer gebruik maakte van dit document, kunnen we stellen dat hij gedurende langere tijd onvermogend was.
Willem was in zijn jonge jaren (tussen 1821 – 1826) weversknecht. Vanaf 1827 wordt zijn beroep turfdrager. Een turfdrager was iemand die handmatig turf vervoerde, vaak van schepen naar opslagplaatsen of afnemers in de stad. Turf was destijds een essentiële brandstof, vooral in huishoudens en industrieën, en werd gewonnen uit veengebieden.
De werkzaamheden van een turfdrager zijn:
Turfdragers stonden vaak onderaan de sociale ladder. Het was een laagbetaalde baan zonder vast loon; ze werden per lading of dag betaald. Veel turfdragers werkten als dagloners en hadden geen vaste werkgever, wat hun positie kwetsbaar maakte. In sommige steden waren er gilden of turfdragerskorpsen die hielpen bij het verdelen van werk, maar in kleinere plaatsen was dit minder goed georganiseerd.
Willem overlijdt op 19 februari 1862 in Sneek op 60-jarige leeftijd. Zijn laatste vrouw, Jacomina, volgt dertien jaar later en sterft op 20 april 1885 in Sneek, op 71-jarige leeftijd.
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken we technologieën zoals cookies om apparaatgegevens op te slaan en/of te raadplegen. Door toestemming te geven voor deze technologieën kunnen we gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Het niet geven van toestemming of het intrekken van toestemming kan een negatieve invloed hebben op bepaalde functies.